Notes
Matches 3,901 to 3,950 of 4,220
| # | Notes | Linked to |
|---|---|---|
| 3901 | Vrouwe van Reumel. www.genealogieonline.nl/west-europese-adel/I71615.php | van Scherpenzeel, Anna Sybille (I986)
|
| 3902 | Vrouwe van Schuilenburg | van Wisch, Judith (I7893)
|
| 3903 | Vrouwe van Sterkenburg | de Cock van Isendoorn, Mechteld (I1137)
|
| 3904 | Vrouwe van Swanenburg | van Aeswijn, Belia (I7873)
|
| 3905 | Vrouwe van Swanenburg. | van Raesfeld, Anna (I1149)
|
| 3906 | Vrouwe van Ubbergen | van Boineburg Honstein, Johanna (I1144)
|
| 3907 | Vrouwe van Veen en Vondern. Paasavond 1511: Jan van Hattem en zijn vrouw Alidt, EL.(=echtelieden=spouses), pachten een bouwing onder Ingen van Margaretha van Wilick ; in 1521 pachten zij dezelfde bouwing voor 12 jaar van Beatrix van Oppendorp; in 1533 pacht Alith, weduwe van Jan dezelfde bouwing; in 1544 pacht Walraven van Hattem de bouwing van voornoemde Beatrix van Oppendorp (RANB 102, f. 20v). 1519: Jan verklaart in erfpacht ontvangen te hebben van de Commanderij van St. Jan te Arnhem 3 morgen land in de Breij onder Ingen (Commanderij van St. Jan, R. 481, nr. 280). 1521/22: Betaling aan Jan voor gekochte palen (AHC 5579). 17-7-1559: Derick Vonck als gemachtigde van de kinderen van Walraven van Hattem e.a. brengen exeptie in, waarbij blijkt dat de vrouwe van der Mehr voorsaethe was van Jan van Hattem en in 1491 een bouwing in Ingen pachtte (RANB 102, f.20v en 24v). | van Wylich, Margaretha (I8445)
|
| 3908 | Vrouwe van Vieracker, dochter van Lambert Floris van Till en Anna Margaretha van der Hell Vrouwe van de Wildbaan en Vieracker. Ze was eerder weduwe van Arend Willem Anthonie van Wijnbergen. | van Till, Wilhelmina Catharina (I7710)
|
| 3909 | Vrouwe van Vondern | van Loë, Alberta (I8443)
|
| 3910 | Vrouwe van Well & Bergen | van Bylandt, Catharina (I6648)
|
| 3911 | Vrouwe van Well, Reydt en Loenen | von Arenthal, Johanna (I6654)
|
| 3912 | Vrouwe van Wissen | van Berenbrock, Elisabeth (I1716)
|
| 3913 | Vrouwe van Zelhem | van Pallandt, Judith (I6027)
|
| 3914 | Vrouwenarts | Scholl, Frans Steven Karel (I2649)
|
| 3915 | Waarschijnlijk Anna , gehuwd met Henrick van Rijswijck. 29 April 1596 dragen deze aan Johan van Ulft en Theodora van Elst, zijn huisvrouw, op hun achtste deel van Staeckebrantsweide, in het kerspel Warnsveld en buurschap Wichmond gelegen, waarvan Johan mede een achtste deel toebehoort (Kreynck, Signaet,f° 132). | van Ulft, Anna (I8886)
|
| 3916 | Waarschijnlijk was hij een zoon van Willem Hendricks van Oort. Deze Willem Hendricks is een zoon van Hendrick Willems van Oort, leenman van Culemborg te Rijswijk en Alartje. Hier is echter nog geen bevestiging voor gevonden. genealogie.httx.nl | van oort, Hendrick (I4064)
|
| 3917 | Wageningen 1663-11-11 (ORA174) Henrick Herberts en Jenneken Stoers echtel. > Reinier van Osenbrugge ende Elisabeth Pypers ende hare erven seecker huysende erff staende aende Groote Straet. O: Derick Jans (=167), W: Arntde Man (=170), Z: Hoogstraet, N: Capt. Suffolck (=169zuid+165), voor vry erff ende goet, uytgesondert een ryckxdaler jaerlyckx te betalen aen Heer van Kernem, ter erffw. (land) ende t'huys tegenwoordig by vercopers bewoont. Actum (latijns gekriebel). N.B. Uijtgang 1 rijckxdaler aan de Heer van Kernhem. Alleen huis en erf en dus nog geen hof (=169zuid). N.B. Later aan de overkant. Capt. Suffolck (169zuid+165) AdMan 168 HHerberts > RvOsenbrugge DJans (167) (170) # Hoogstraat 1663-11-11 (ORA174 f31v) Reinier van Osenbrugge ende Elisabeth Pypers lenen van Henrick Herberts ende Jenneken Stoers vande coopspenningen van t'huys by ons volgens coopscedulle [-] vyffhondert gl. 1663-11-11 (ORA174 f32) Reinier van Osenbruggen en Elisabeth Pypers bekennen schuld aen Jan Gerrits van Borkulo en Geertjen Jans ende haere erven eene somme van duysent gln [-], verbindende: etc. een huysinge ende erff staende alhier aend Hoogstraet. O: (niets vermeld), W: Arnt de Man (=170), Z: niets vermeld, ende een schuyr buyten de Stad [-], (en land). 6. Borg o.a. bovenstaande huis. 1676 (OAW952f) Elisabeth van Minne met haer dochter (68) 6-0-0. 1680-10-14 (OAW3) heining tussen Elisabeth Pijpers van Minnen, met dochter Derckje van Weerde en Jan Hermsen (=169noord+164). N.B. Hieruit blijkt dat Elisabeth Pijpers van Minne getrouwd is/was met Van Weerde. Genealogie van Osenbrugge/van Weerden/Roest (gegevens 147, 168 en 240): I. Reinier van Osenbrugge (nog genoemd in 1663), tr. Elisabeth Pypers van Minnen. Zij hertr. Wouter van Weerden, ov. Amsterdam 1664. Uit dit 2e huw. Theodora/Derckje van Weerden. II. Theodora/Derckje/Derrisken/Dirkje van Weerden, lid. N.H. kerk, tr. N.N. Roest, ov. voor 30-3-1685. 'cum filio' = met zoon. N.B. Als bovenstaande juist is, dan moet Reijnier van Osenbrugge in 1663 zijn overleden, waarna Elisabeth van Minnen in dat jaar of in 1664 met Wouter van Weerden trouwde, die in 1664 overleed. Elisabeth zou dus zowel in 1663 als in 1664 weduwe geworden zijn. Uit het kortstondige tweede huwelijk werd Theodora/Derkje (postuum?) geboren. -- (OAW884-2) erfpaght de plaets van Reijnier van Osenbrugghe 2-0-0. 1684-3-9 (OAW833 f58) De plaetse van de weduwe van Reijnier van Osenbrugge by Ott Otten f 2-0-0. (doorgehaald). N.B. Nota is naer voorgaende comparitie en affstandt by de weduwe Osenbruggen voor den gericht gedaen, den plaetse gekomen aen Guert Jacobsen, geschiet desen 9 Marij 1684. Welcke jaelrijcks is gestelt op eene gulden soo langh deselve niet betimmert en wordt. 1690-11-11 (OAW330 erfpacht) De plaets van de weduwe van Reijnier vanOsenbruggen modo Ot Ottens huys en hooff 2-0-0. Uit bovenstaande blijkt dat wed. van Osenbrugge (=Elisabeth Pijpers van Minnen) nog een lege? plaetse had, waarvan Ot Otten en na hem GuertJacobsen eigenaar werd. De term erfpacht, zowel bij Reijnier van Osenbrugge als bij Ott Otten duidt erop dat het (oorspronkelijk) een deel van de vestingwerken uitmaakte. Slaat dit misschien op het huis dat tegen de wal (in elk geval in 1818 en 1832) op 170 noordwest stond? -- (OAW884-2) erfpaght Ott Otten 2-0-0. 1684 (OAW8553 f57) Ott Ottens huysingh en schuer f 2-0-0, modo Guert Jacobsen. | van Osenbrugge, Reinier (I3605)
|
| 3918 | Wagenmaker | van Waalen, Marens Leonardus (I836)
|
| 3919 | Wagenmaker te Ouddorp. Eigenaar van een huis en werkplaats aan de Weststraat te Ouddorp en van 3,5 gemet bouwland in het Oudeland. | Verduin, Claes (I5364)
|
| 3920 | Wagoner. Cornelis occurs in Ouddorp only with patronym. Only his descendants started to call themselves (van) Mierop. Owner 1642-1651 of a dwelling in the Weststraat. Owner 1652 of larger house with workspace, at the Boompjes. Sold business January 23, 1679 to Domus Cornelisz Wagenmaker. The wedding is not entered in the marriage register And so will have taken place before records were kept. | Willems, Cornelis (I5306)
|
| 3921 | Walburge & Anna are sisters. Mother is Anna van Deelen. Sister-in-law is a N.N. van Ossenbroeck | van Bronkhorst, Walburge (I1072)
|
| 3922 | Walburge van Meurs-Saarwerden Vrouwe van Baer. William married on January 22, 1437 with Walburga of Meurs and had 4 daughters and 3 sons: - John III of Egmont, stadtholder of Holland, Zeeland and West-Friesland; - Frederik of Egmont, count of Buren; - William of Egmont jr., stadtholder of Guelders. - Anna, married Bernard van Bentheim - Elisabeth, married Gijsbrecht van Bronckhorst - Walburgia, a nun - Margeretha, married Jan van Merode | van Meurs, Walburg (I1839)
|
| 3923 | Walraaf van Steenhuys, die alzoo door koop heer van Aerdt werd, was zoon van Godert, heer van Oploo, en Elberta van Honnepell genaamd Impel tot Groen, en afstammeling van Godfried, den 3den zoon van ridder G. van der Horst, die den naam van Steenhuys ontving, omdat hij bij Calcar omstreeks 1100 een steenen huis bouwde en bewoonde. (De 2de zoon van G. van der Horst, Arnold, heette van Holthuysen, daar zijne woning van hout was, terwijl de oudste zoon, Diederik, den naam van der Horst behield). Van dezen Godfried, den eersten, die den naam van Steenhuys voerde, stamde ook af Adolf van Steenhuys, in 1355 gestorven, die door diens huwelijk met Beatrix van Wijlich heer van Wylich werd, en stichter van het geslacht von Wylich und Lottum. De tak der van Steenhuysen van Oploo vond haren stichter in Godert, die in 1506 stierf en gehuwd was met Elisabeth of Reiske van der Voordt (wier moeder eene van Meerwijck was); die tak splitste zich wederom in de families van Steenhuys van Heumen en Malden, Poederle en Hernen. De laatste mansoir van het geslacht van Steenhuys was Alexander Franciscus baron van Steenhuys, heer van Hernen, die omstreeks 1811 overleed en slechts 2 dochters naliet. Heraldieke bibliotheek: tijdschrift voor geslacht en wapenkunde Uitgegeven door J.B. Rietstap. Tweede Deel. 1880. pagina 7. | van Steenhuys, Walraaf (I8933)
|
| 3924 | Walraven (Walravina) van Broekhuizen (Vrouwe van Waardenburg en Ammersoyen)1,2,3,4,5, geb. Waardenburg circa 14602, vrouwe van Amerzoden enWaardenburg, ovl. Waardenburg in 1511, , Zij is vrouwe van Waardenburg en is ook in bezit van kasteel Ammersooijen. Zij trouwt twee maal. De eerste keer op 28 augustus 1481 met Otto van Arkel, Heer van Heukelum. Otto overlijdt in 1503. De tweede keer worden huwelijkse voorwaarden opgemaakt in 1507 met Herman van Wachtendonk geb. ca 1490 te Germeseel. Herman verkoopt het kasteel Ammersooijen in 1513 aan Hendrick III graaf van Nassau. In 1508 is Jan van Broekhuizen overleden. Otto IV heer van Heukelom was dood 12 juni 1503, op welke datum zijn weduwe zegelde. Op 12 juni 1481 lijftochtte hij zijn vrouw Walravina van Broekhuizen, vrouwe van Waardenburg, dochter van Johan van Broekhuizen Gerritszoon, heer van Waardenburg, en Elisabeth van Haefhen. Walravina werd in 1496 met Waardenburg en Amersoyen beleend (Leenreg. Gelre, Kwartier v. Nijmegen, pag. 498 en 703), na de dood van haar broeder Gerrit van Broekhuizen in 1494. Als weduwe van Hoekelum beval zij 19 juni 1504 de belangen van haar kinderen aan in de goede zorgen van Floris van Egmond, de beroemde veldheer van keizer Maximiliaan. (Drossaers, Arch. Nass. Domeinraad 11, b. 4, regest 14.) Hetwas in de tijd van de Gelderse oorlogen tegen de laatste hertog Karel, die in 1492 in zijn land was teruggekeerd. Walravina stierf vóór 1514, toen haar zoon Walraven werd beleend; zij was hertrouwd met Herman van Wachtendonck. (Vgl. Dr. G. D. J. Schotel, Ammerzode, in: Bijdr. Vad. Gesch. 14). www.hagenbeekgenealogie.nl/GDP/hagenbeekframeset.htm?hagenbeek000661.htm#13223 | van Broekhuizen, Walravina (I4189)
|
| 3925 | Walraven van Brederode was born in 1339 in slot Brederode te Santpoort. He died in Jul 1369. He was buried in Jul 1369 in het koor van de Carmelieten te Haarlem. He married Bertha van Egmond-56397 in het slot Egmond op de Hoef. | van Brederode, Walraven (I3664)
|
| 3926 | Wanda Joyce Utomo | van Ossenbruggen, Wanda Joyce (I10453)
|
| 3927 | Wapen: gedeeld van rood en groen en een zilveren schuinbalk over alles heen. Helmteken: een zilveren vlucht. Het helmteken een gouden adelaarsbeen, getopt met drie struisveren, rood , zilver en groen. | van Eck, Dirk (I1526)
|
| 3928 | Warmoesier, poorter van Leiden 4 Juni 1655. Heer van de gebuurte Louwenburg 1678. Bron: Prometheus deel II, kwartierstaat Frank, nummers 594/595. | Spierenburg, Arij Florisz (I9024)
|
| 3929 | Warre Dirk Simons (geboren 11-07-1990 te Varik) | Simons, Warre Dirk (I3608)
|
| 3930 | Was a member of the "Eerste Raad van Brabant". | Meganck, Louis (I5161)
|
| 3931 | Was admitted in Xanten Cloister at 1442. Maybe he was 18? | van Ossenbrueck, Johan (I439)
|
| 3932 | Was eerder getrouwd met een vrouw uit Hengelo. | Baurichter, Paul (I2172)
|
| 3933 | Was first married to Mana van Haersolte. Ridder. Richter van de Veluwe | toe Boecop, Arnt (I915)
|
| 3934 | Was he from his father's 1st marriage? | Verlee, Geurt Cornelisz (I9261)
|
| 3935 | was in 1683 nog minderjarig. Werd ook Ossenbach genoemd. | van Ossenbroeck, Anna Cornelia (I3581)
|
| 3936 | Was opzichter in Rembang in 1819 | van Osenbruggen, Hendrik Pieters (I5044)
|
| 3937 | Was she first married to Johann van Ossenbroich? Is this her or is she an aunt? Both had a father named Hen(d)rick van Wittenhorst around the same time: https://vanosnabrugge.org/genealogy/getperson.php?personID=I2470&tree=tree1 | van Wittenhorst, Elisabeth (I8429)
|
| 3938 | Was she from her father's 1st marriage? | Verlee, Pauline Cornelis (I9262)
|
| 3939 | Was she from the v. O. in Weitmar or from Bochum? Anthony von Omphal en zijn vrouw Maria van Aldenburgh Anthony Frederik von Omphal (1707-1759), majoor in het regiment Oranje Gelderland, zoon van Alexander Dietrich von Omphal en Gijsberta Maria van Eck. Huwde 1741, Maria van Aldenburgh (1722-1783), dochter van Jan Floris van Aldenburgh en Johanna van IJsseldijk. Huwelijksinschrijving van Anthony von Omphal en Maria van Aldenburgh te Nijmegen, 1741. Brief van de weduwe Van Ossenbruch, geboren Von Omphal, te Bochum aan haar nicht Maria van Aldenburgh, weduwe van Anthony von Omphal, betreffende familieaangelegenheden, 1780. The above might be an error in transcribing. Could it be that it was an Omphal née van Ossenbruch instead or is there another male Ossenbruch married there? Look here how it is now: https://vanosnabrugge.org/genealogy/descend.php?personID=I6204&tree=tree1&display=standard&generations=5 There is another possibility: https://vanosnabrugge.org/genealogy/family.php?personID=I6172&tree=tree1 | van Ossenbruch, N.N. (I6237)
|
| 3940 | Was van beroep wever, later koopman daarna aanspreker. Kinderen: Cornelis Dorland 1823-1823 Magdalena Geertruida Dorland 1826-1826 Tijmetje Dorland 1828-1831 Tijmetje Dorland 1832-? Gerrit Dorland 1834-1842 Marietje Dorland 1837-1838 Magdalena Geertruid Dorland 1838-? | Dorland, Rijk (I10156)
|
| 3941 | Wasserschloss Bladenhorst. Die Burg wird urkundlich erstmals 1266 erwähnt. Einst lebten dort die Ritter von Blarnhurst, zu Beginn des 14. Jahrhunderts dann die Familie von Düngelen. 1338 stellte Rötger von Düngelen dem Grafen von Kleve seinen Besitz als Offenburg zur Benutzung im Kriegsfall zur Verfügung. Durch Heirat gelangte die Burg 1496 an Philipp von Viermundt († 1528), 1624 bis 1881 an die Freiherren von Romberg, die sie ererbt hatten. Danach waren die Freiherren Weichs zur Wenne und die Klöckner-Werke für die Geschicke des Schlosses verantwortlich. 1653 April 16 Beschreibung : Da Herman Rabi von Haxthausen zu Diedenhausen als Erbe seiner Kinderlos verstorbenen Halbschwester Elisabeth Agnes von Haxthausen, Tochter der Johanna Elisabeth von Derßen, Ansprüche erhebt, am Hause Bladenhorst und Coluenburg und den von Anne Dietherich gebor. von Viermundt, Witwe von Romberg zu Bruninghausen, Bladenhorst und Coluenburg, und von Conradt Philipp von Romberg vorgebrachte Einwurf, dass die Ansprüche der Haxthausen durch den von Johanna von Oer eingerichteten Fideikommiss hinfällig geworden sei, nicht anerkennt, so wird unter obigen Datum entschieden, dass die Witwe von Romberg und ihr Sohn dem Haxthausen die verlangten Obligationen übergeben dagegen Haxth. Ansprüche auf die Coluenb. und Bladenhorst. Güter zurückzuweisen sind; von einer Obligation, sprechend an Koenen zu Bochumn auf 500 Goldgulden, erhält Haxth. 250; falls der von Ossenbroch mehr als seine und der von der Recken Quoten sich hat zahlen lassen, erhält Haxthausen von der Obligation von 200 Goldgulden auf die Scheuern zur Horst 1/8 und von der Hönischen Obligation ebenfalls 18. Bestellsignatur : Gesamtarchiv von Romberg - Urkunden, Nr. 2770 1653 April 20 Beschreibung : Conrad Philip v. dem Romberg verspricht gemäß Vergleich vom 16. April dem Herm. Rab v. Haxthausen Überlieferung einer Verschreibung von 250 Goldgulden auf Hoene zu Bockumb sprechend, nachdem der v. Ossenbroch für sich und wegen Agnes Hellenberg v. Viermundt, Witwe v. der Recken, 250 Reichstaler als ihren Anteil von der Gesamtverschreibung über 500 Goldgulden Kapital erhoben habe.Nachschriftlich bekennt H. R. v. Haxthausen, d.d. 1654 Mai 9 Brüninghausen, den Empfang der Verschreibung. Bestellsignatur : Gesamtarchiv von Romberg - Urkunden, Nr. 2773 | von Romberg, Otto Caspar (I5989)
|
| 3942 | Wat Hilleken Gaymans' vader, Evert betreft, deze wellicht in 1512 geboren, was de zoon van Willem Gaeymans, denkelijk geboren in 1487, vanwege de stad Arnhem in 1543 afge- vaardigd om tegenwoordig te zijn bij het sluiten in de keizerlijke leger- tent vöor Venlo op 12 September van het traktaat tusschen keizer Karel V als hertog van Gelre enz. en tusschen de staten v. Geld, (zie Gr. Geld Plakkaaib., 1, kol. 27; Sligtenhorst, Geld. Geschiedbl. 4656, waar hij abusievelijk "Baymans" heet). Evert Willemszoon G. had Gaert G., in 1494 rentmeester van Arnhem, tot grootvader. [Over de geneeskundigen Gerard en Gerard Gijsbert ten Haeff te Rotterdam op het einde der vorige eeuw, zie de Nieuwe Uitgaaf v.'li.Biogr. H'dbk. d. Nederl. o. hoofdred. v. Dr. Schotei]. | Gaymans, Evert (I4022)
|
| 3943 | Watermolenaar | Spruijt, Cornelis (I10009)
|
| 3944 | We also have a "Aalbert" born on the same date. Is that his twin, or does he have a double name? | Oostenbrugge, Lammert (I10450)
|
| 3945 | We also have the following quote from Dr. Robert Scholte in the history book of Wissel and Grieth. In 1429 sind Lysken v. Wittenhorst, Wilh. v. Ulft und dessen Sohn Gert mit "Kakentier" in Esserden bei Reese behandigt. | van Ulft, Willem (I6558)
|
| 3946 | We are not sure if he is the father of Hendrick. He was a witness at the baptism of Hendrick's first daughter | van Waerden, Jan Adriaensen (I7637)
|
| 3947 | We assume -from his son's name- that his name is Job. However: The Troost genealogy by Van Weel and J. Hoek (from 1963 and 1968,Gens Nostra 6, 7 and.8) names Jacob Wouterse (duinmeijer) and his father Wouter, Jacobse, leaseholder (pachter) of land in Goedereede 1527-1572, and his father Jacob Wouterse, leaseholder from 1520, as forefathers of Jacobs Jobs. De naam duinmeier wordt in de rekeningen van de Grafelijkheid pas in 1456 gebruikt, daarvoor is er sprake van duinwaarders. De betekenis in het Middelnederlands is duinbewaker of duinopzichter. Een duinmeier of duinpachter oefende een gemengd bedrijf uit om in het levensonderhoud van hemzelf en zijn gezin te kunnen voorzien. Buiten de inkomsten die het gezin had door het instandhouden van het wild, met nadruk op de konijnenpopulatie, werd er ook vaak een boerenbedrijf(je) gerund. Het beroep van duinmeier ging vaak over van vader op zoon [P.C. Zonneveld, 'Duinmeiers in de Brederoder duinen te Velsen', in: Velisena 14 (2005), p 3-32]. | Job? (I5267)
|
| 3948 | We assume that he is a son of Adriaen | Curff, Stephen (I8652)
|
| 3949 | We assume that he is the brother of Evert and Reijnier, because he also congregates at the Dutch Reformed Marekerk. Most of the other van O-s in Leiden at this time are Lutherens. Plaats: Leiden Datum ondertrouw: 30-07-1678 Bruidegom: Jan Jansz van Osenbrugge Plaats geboorte: Leyden Woonplaats bruidegom: Hogewoertse Poort. Buyten de - Beroep: pletsdroger Bruid: Jannetge Jans van der Snell Plaats geboorte: Leyden Woonplaats bruid: Hogewoert, Nieuwe Bron: Archiefnr 1004 Archiefnaam: Nederlands Hervormd Ondertrouw (1575-1795) Inventarisnummer 22 Folio X - 042 Opmerkingen: Getuigen bruidegom: Roelant van Koeten bekende Hogewoert, Nieuwe - Getuigen bruid: Machtelt Huygen van Egmont moeder Hogewoert, Nieuwe - Consent verleent om tot Voorhout te mogen trouwen Datum ondertrouw: 17-08-1680 Bruidegom: Aert Jansz Snel Plaats geboorte: Leyden Woonplaats bruidegom: Hoogewoert, Nieuwe Bruid: Susanna Dirckx van Leeuwen Plaats geboorte: Swammerdam Woonplaats bruid: Swammerdam BronArchiefnr 1004 Archiefnaam: Nederlands Hervormd Ondertrouw (1575-1795) Inventarisnummer 22 Folio X - 178 Opmerkingen: Getuigen bruidegom: Machtelt Huygen van Egmont moeder Hoogewoert, Nieuwe - Getuigen bruid: Jan Jansz van Osenbrugge bekende Langegraft - Huw ouders bruidegom: schepenhuw D-110v | van Osenbrugge, Johannes Jansz (I6900)
|
| 3950 | We assume that he is the son of Alphert and Beerte. Their cousins were the Kreynck family and Arndt did business with them. Arndt was an alderman (schepen) in Zutphen from 1475 - 1484, except in 1483 and 1486 when he was in the city council. He was also involved at the Commandery of St. Jan in Arnhem. ![]() In den jaere unss Heren dusent vierhondert LXXXIIII (1484) up donre- dagen post Laurentii heefft beleent Jacop van Hackford en dochter seliger Schemicker den hoff toe Wengell myt synen toebehoir ind mytten Uuterweerdt, gelegen in den kirspell van Wije in der buerscap van Wengell. Dair vair gehult heefft hent tot oeren mundighen dagen toe Johan Monnick. Ten Zutphenschen rechten, beheltlick mij ind een ytlijck syns rechten. Orkonde manne van leen Willem Lerinck ind Arndt Yseren. 1493, 7 juni Franss Kreynck en Mechtelt Scheellwortz verkopen aan het convent then Ysendoirn de tienden uit het goed Yebbekinck, kerspel Leesten, zijnde circa 1 schepel rogge. Gegeven in den jair onss heren dusent vierhundert ende drie ende tnegentich des Vridages na des heiligen Sacramentz daghe. Oorspronkelijk in inv.nr. 48. Met het geschonden zegel van Franss Kreynck in groene was, terwijl dat van Arndt Yseren verloren is gegaan. N.B. Mechteld Scheellwortz was waarschijnlijk Mechteld Schelewart. Zij was vermoedelijk een naaste verwante van Grete (Margaretha) Schelewart (zie hieronder), die gehuwd zou zijn geweest met een Alphert Yseren. 1423 april 28 Geryt die Meijer, schout binnen en buiten Zutphen, oorkondt, dat Grete Schelewerts aan heer Borrenhof 1/4 van de Warensvelder tiend als een tijnsgoed heeft opgedragen. Gegeven in den jaer ons heren dusent vierhondert drie ende twyntich des Wondesdages na Jubilate. Oorspr. (Inv.no. 735) Met fragment van het zegel van den oorkonder in groene was. | Yseren, Arndt (I6457)
|
