Notes


Matches 3,501 to 3,550 of 4,209

      «Prev «1 ... 67 68 69 70 71 72 73 74 75 ... 85» Next»

 #   Notes   Linked to 
3501 Sander

He is married to Metgen Gijsberts about 1635.
Children:
Gerrit van Grootvelt 1636-?
Cornelia van Grootvelt 1637-?
Antonia van Grootvelt 1639-< 1731
Jan (Johan) Sandersz. van Grootvelt 1640-?
Margaretha (Grietken) van Grootvelt 1642-> 1665
Willemken van Grootvelt 1643-?
Willem van Grootvelt 1647-?
Henrick van Grootvelt 1650-?
Gerrit van Grootvelt 1652-?
Adriaenken van Grootvelt 1656-? 
van Grootvelt, Alexander (I9255)
 
3502 Sandera of Sandrina, aildste (oudste) dochter genaamd, wordt na dode haars vaders met diens leenen Hydebrinck in Zeddam en Camphuizergoed in Didam beleend, en deze goederen, die voorheen bezwaard schijnen geweest te zijn, worden nu verklaard van alle schuld bevrijd te zijn, door dat haar vader in der tijd twee vasallen aan den leenheer afgestaan heeft, namelijk: Dirk v. Dorth, 13 Mrt. 1493 en een ander, ongenoemden, die te Zutphen woont. Bij deze gelegenheid is Johan v. Kell, Gerritszoon, haar oudoom, haar hulder, 19 Febr. 1500. Mom van Kell, Sandera (I850)
 
3503 Sandrina van Honnepel genaamd van der Empel, dochter van Johan en Elisabeth van der Horst met den leeuw. van Honnepel, Sandrina (I8859)
 
3504 Sara Bertijn (Sara de Lu), geboren 1689, gedoopt op 14-12-1689 te Leiden (getuige: Sara Daniel), dochter van Jacob Bertijn (De Leu) en Maria De Pree. Bertijn, Sara (I7582)
 
3505 Sara Wilhelmina Henriette Ritter, geb. te Middelburg ± 1801, ovl. te Oterleek 16 apr 1855, Adres Noorderbuurt 16 apr 1855 Ritter, Sara Wilhelmina Henriette (I6176)
 
3506 Schaking van en huwelijk met Judith van West-Francië[bewerken]

Boudewijn is bekend als grondlegger en eerste graaf van het graafschap Vlaanderen. Hij schaakte op kerstmis 861 Judith van West-Francië, dochter van de koning van West-Francië, Karel de Kale.[5] De 17-jarige Judith was al twee keer weduwe: zowel van koning Aethelwulf van Wessex als van diens zoon koning Aethelbald.[6]

Haar vader wilde haar natuurlijk een derde keer gunstig uithuwelijken, maar ze vluchtte met Boudewijn. Het stel werd daarbij geholpen door Judiths broer Lodewijk de Stamelaar, die steeds in conflict was met zijn vader. Ze vluchtten naar het noorden. Maar Karel de Kale stuurde brieven aan Rorik van Dorestad en bisschop Hunger van Utrecht dat zij de vluchtelingen geen onderdak mochten geven. Karel liet het paar door bisschoppen excommuniceren.[7] Het paar reisde via Lotharingen naar Rome en bepleitten hun zaak bij paus Nicolaas I, waarop de excommunicatie door de paus werd ongedaan gemaakt.[8] Twee jaar lang schreef paus Nicolaas brieven naar de woedende vader, Karel de Kale, waarin hij voor verzoening pleitte.

Op 13 december 863 volgde het officiële huwelijk te Auxerre met de uiteindelijke toestemming van Karel, alhoewel hij niet bij het huwelijk aanwezig was.[9]

Omstandigheden en belang van zijn huwelijk met Judith[bewerken]

Boudewijn was vaak te gast aan het Karolingisch hof en kende Lodewijk, later bekend als Lodewijk de Stamelaar, zoon van keizer Karel en broer van Judith. Lodewijk verving zijn vader tijdelijk toen die probeerde het graafschap Provence bij Frankrijk te voegen. Toen Lodewijk Judith in een klooster te Senlis opzocht, nam hij Boudewijn mee. Een huwelijk tussen beiden gaf Judith de kans om aan het kloosterleven te ontsnappen, terwijl Boudewijn lid werd van de Karolingische dynastie.

Ook Lodewijk trouwde later zonder toestemming van zijn vader en zijn jongere broer Karel. Hincmar, de aartsbisschop van Reims, tekende het verhaal van de vlucht en het huwelijk op. Hij excommuniceerde Judith ook en beriep zich daarvoor op de canon 10 van het Romeins concilie van 721. Die slaat echter op roof van een vrouw met geweld en aangezien zij instemde kon er geen sprake zijn van roof. 
of Flanders, Boudewijn I (I5108)
 
3507 Scheiding van Hendrik in 1931 Klerk, Hendrika Geertruida (I7293)
 
3508 Schenker van Utrecht, ridder, heer van Culemborg.
Hij is begraven in Utrecht in het St. Servaasklooster. 
van Bosichem, Hubert (I9154)
 
3509 Schepen Arnhem Sluysken, Johan (I4181)
 
3510 schepen en Buurmeester en Armmeester in Buurmalsen en Tricht, gedoopt (geref) op 21-08-1642 te Rijswijk, overleden op 21-09-1723 te Tricht op 81-jarige leeftijd. Buurmeester in Tricht (in gemeente Geldermalsen) 1682-1686 (Pasqualini 199 no 3 blz 31) Verlee, Gerrit Cornelisz (I9264)
 
3511 Schepen en Heemraad van Charlois.

De familie Verduijn had in Charlois wel wat in de melk te brokkelen. Niet alleen waren het welgestelde boeren, zij zaten in het dagelijks bestuur als schepenen en in het kerkbestuur. Over diverse leden is wel het een en ander bekend zoals b.v. over Wouter Hendricksz. Verduijn.

Hij was naast bouwman ook schepen van Charlois van 1583 t/m 1586. Hij moet toen reeds gereformeerd geworden zijn, want hij was ook ambtsdrager en mede ondertekenaar en mede verantwoordelijk voor de kerkrekeningen. Ziek te bed liggende testeerde de welgestelde Wouter Hendricksz. op 11 juli 1626 en overleed vrijwel direct daarna. In zijn testament is voor het eerst sprake van de naam "Verduijn" en op de grafzerk welke het graf van Wouter en zijn vrouw Lijntje dekt is ook het wapen Verduijn te zien.

Uit het genoemde document leren we veel omtrent de familie samenstelling (op dat moment nog in leven zijnde broers en zusters, zoons en dochters)

Immers de jongste zoon erft om "sonderlinghe reden" de hofstede te Charlois met huis, schuren en beplantingen en 16 morgen land. Daarnaast ook nog akker en graafland, 1 morgen weiland in de Hille en 3 morgen en 280 roeden "bruijck land" liggende in de 't Westenbeke. Deze zoon, Cornelis Woutersz. moet hiervoor zijn broers en zusters fl. 10.000 betalen, waarvan fl. 3.000 contant. Het waren dus zeker geen arme boeren.

Cornelis Woutersz. deed het goed in Charlois. Hij was schepen van Charlois, van 1629 t/m 1660 en een van de medewerkers aan de tot stand komen van de kerkverbouwing. Zijn wapen prijkt ook in de kerktoren van Charlois.

Toch heeft hij wel steeds geld zorgen. Hij verkoopt land en gaat hypothecaire leningen aan o.a. bij Cornelis Verdonck te Rotterdam in 1654 voor fl. 3.000 en in 1655 bij Cornelis Conick voor fl. 2.050, bij Marie Prins in 1657 voor fl. 1.300 en bij Vice Admiraal Witte Cornelisz. De With fl. 2.000. Witte de With sneuvelde in 1658 in de Sont. 
Verduijn, Wouter (I9676)
 
3512 Schepen te Batavia. Sourij, Joan (I6302)
 
3513 Schepen te Harderwijk 1431 van Brienen, Herman (I10265)
 
3514 Schepen te Zutphen en vervolgens Raad in het Hof van Gelderland Schiffort, Johan (I6569)
 
3515 Schepen te Zutphen van het jaar 1531 tot 1566. Gudurende dat tijdsverloop, in den Jaaren 1545, 1548 en 1551 verscheen hij in de adelijke Gerigten van Ridders en Knegten of Knaapen in Veluwezoom. Hij overleed in de Jaare 1566.
Hij had 8 kinderen.
Byvoegzels op het Vaderlandsch woordenboek, Volume 26. p. 297.

R.T. Muschart vermeldt in Grafzerken in Gelderland over haar graf: "173. Zerk no. 26 van zeer groot formaat met breeden rand, waarop een randschrift in Gothische karakters en in de 4 hoeken cirkelronde medaillons waarop een manswapenschild. Binnen den rand geheel bedekt met 2 toegewende manswapenschilden, elk met reim hangende aan een traliehelm, waarvan de heraldisch rechter omgewend is, elk met helmteeken en helmkleeden, die tot den boven- en benedenrand reiken. Tusschen de krullen van deze helmkleeden in de beide bovenhoeken in een aanziend gestelde gekleede man aangebracht. Het randschrift luidt als volgt: "... .... ons. h....1512 (vermoedelijK0 sterf. die. erber. en. vrome. Gerryt Schimelpenninck. de God. .... Int. jaer. 1552. de 5. dach. vaden. April. straf. die erber. joffer Gertrut va .....". De 2 hoofdwapens zijn: Heraldisch rechts: "gedeeld, I 2 sleutels schuingekruist met de baarden naar boven en afgewend, II 2 blaashorens schuingekruist als de afgebeelding op plaat no. VIII". Helmteeken: de 2 schuingekruiste sleutels tusschen een vlucht. Heraldisch links: "gedeeld, I een uitgeschulpte schuinbalk, II een dwarsbalk, vergezelgd boven van een horizontaal geplaatsten weerhaak". Helmteeken: een klimmende vos tusschen 2 ossenhoorns. De 4 hoekwapens zijn: Heraldisch rechts boven: "een patriarchaal kruis, dat alle schildranden raakt". Heraldisch rechts beneden: "een hertegewei". Heraldisch links boven: "een ankerkruis". Heraldisch links beneden: 3 jachthorens boven elkaar". Onderschrift: Reeds Van Spaen (f.271v) kon dit opschrift niet meer geheel ontcijferen. In overeenstemming met de op de grafzerk nog voorkomende wapens geeft Van Spen als het rechtsche hoofdwapen de combinatie Schimmelpenninck-Barmentloe, links Van Voorthuysen-Van Holthuysen. De hoekwapens zijn rechts Iseren en Kribbe, links Marsch en Van Boerlo, Gerrit Schimmelpenninck was de zoon van Gerrit (zoon van Jacob en Jutte Iseren) en Elisabeth van Barmentloe (dr. van Jhan en Grite ...). Hij huwde in 1532 Geertruid van Voorthuysen, dochter van Henrick en Geertruid van Holthuysen. Hij overleed in 1566, zij 5 April 1552 (Van Rhemen jr., Genealogie Schimmelpenninck). Vgl. ook Alg. Ned. Fam. Blad 1892, blz. 157 vlg.175. Zie no. 168 boven. 
Schimmelpenninck, Gerrit (I5181)
 
3516 Schepen van Arnhem 1620-1626.
Several children. 
Bitter, Paulus (I5157)
 
3517 Schepen van Charlois (wijk in Rotterdam).

Wouter (Verduijn), schepen van Charlois, geboren rond 1500, wonende te Charlois.
Wouter Verduijn wordt genoemd in de rekeningen van de Rekenkamer der Domeinen van Holland in de jaren 1526, 1527 en 1528. In 1542 gebruikt hij een deel "gorssinge" te 's Gravenambacht. Gezien zijn naam en het tijdstip komt hij in aanmerking als de stamvader van het geslacht Verduijn al blijft dit wel een veronderstelling. 
Verduijn, Wouter Cornelisz (I9646)
 
3518 Schepen van Charlois een Landbouwer Verduijn, Cornelis Wouter (I9679)
 
3519 Schepen van Charlois en Landbouwer. Verduijn, Arijn (I9684)
 
3520 Schepen van Charlois en Landbouwer. Hij was tevens ouderling van de kerk van Charlois. Schepen van Bergambacht (1737-1740).

Een kleinzoon van Cornelis Woutersz. ene Cornelis Ariensz. Verduijn verlaat Charlois en gaat naar Bergambacht. De rede is waarschijnlijk dat zijn vrouw daar vandaan komt. Hij koopt in Bovenberg bij Bergambacht 14 hont weiland en wordt daar boer. Daarnaast is hij ook nog schepen van Bergambacht van 1737 t/m 1740. Zijn zoon, Willem Cornelisz. deed het nog iets beter. Hij was niet alleen schepen van Bergambacht maar ook burgemeester van 1748 t/m 1752. Daarnaast was hij ook nog in 1751 regerend burgemeester van 's Heerenaartsberg, een dorp onder de rook van Bergambacht.

Beide dorpen zijn echter vlekken op de kaart. Bergambacht telde samen met Ammerstol in 1732 166 huizen en één korenmolen. 's Heerenaartsberg telde toen 88 huizen. 
Verduijn, Cornelis Arijensz (I9689)
 
3521 Schepen van Elburg in 1468 en 1476.
Bij de overrompeling van Elburg vlucht hij in de kerk, maar wordt gevangen genomen. Op voorspraak van de stad Kampen en van zijn neef Arent toe Boecoop wordt hij voor een groot losgeld vrijgelaten.*

*Uittreksel uit het dagboek van Arent toe Boecoop

www.ecostat.nl/Stoppendaal/pk2374.php 
toe Boecop, Arnt (I917)
 
3522 Schepen van Harderwijk.
De Edele en Erentveste Henrick van Brienen tho Sinderen, raad van State, Jacob van Brienen, raad van de Admiraliteit, en Henrick van Brienen, rekenmeester in Gelderland, voor zich zelf en mede als momber van zal. Zijwart van Wijnbergens kinderen, geprocreeerd bij zijn zal. zuster Jv. Woltera van Brienen, wezende gezamenlijke erfgenamen van zal. Joffer Anna van Brienen, weduwe van de Steenhuys, constituerunt Dedrick Vonck, procureur te Embrick, om met recht in te vorderen zekere jaarrente van 6 oude of rijksdalers, een geruime tijd van jaren achterstedig en onbetaald, verschijnende alle jaar op Translationis Martini uit zeker onderpand, buiten Embrick aan de Speulberch gelegen, alles vermogens brief en zegel, welk onderpand placht te horen zal. Coendert van Vuirden en nu aan diens erfgenamen, en voorts in alle andere zaken als gemelde constituenten in de graafschap van den Berge en in de vorstendom Kleef tegenwoordig te doen hebben; Datering: 25.04.1607 Toegangsnummer: 2003 ORA Arnhem, Inventarisnummer: 412, Folio: 240r-240v. (GA, Regest 650). 
van Brienen, Hendrik (I10223)
 
3523 Schepen van Kortenhoef 1577, Substituut-Schout jan. 1577, Schout van Cortenhoeff juli 1579. Hij tekent zijn handtekening als Jan Jans Dorlant of Jan Jans. In een turfslagboek genoemd in 1594. Maakt zijn testament als Jan Jans Zoen Dorrelant, ziek op zijn bedde maar sijn memorie ende verstand wel kunnende gebruiken. Zijn huijsvrouw wordt alleen Christina genoemd. 27 Dec. 1595.

Lived in Loenen in 1542.

He made his will in 1595 as Jan Jan's son Dorrelant, "abed, lying ill, but well able to use his memory and sense".(This phrase, often used, was necessary to prevent other relatives from questioning his will). 
Dorlant, Jan Jans (I9383)
 
3524 Schepen van Zutphen. Bezat tol te Zutphen. Beleend met Boedelhof te Warnsveld.
Died in 1453.

Huwelijks-voorwaarden tusschen Andries Yseren en jonkvrouwe Wilhelm van Arkel,
bastaarddochter van jonkheer Willemszoon van Arkel. Dedingslieden zijn: Johan van Geerde
en Andries Yseren Alphertszoon, ter eene, en Peter, bastaardzoon van Jan heer van Egmond
en IJsselstein, en Hugo van den Broick, van wege hertog Arnold en Willem zoon tot
Egmond en IJsselstein, ter andere zijde.
3 Junij 1436.
Int jair onss Heren dusent vijvhondert ind sess ende dertich, op den sonnendach to
belaicken Pinxteren.
Afschrift in het boek, voorkomende onder Pand- en Renteverschrijvingen, No. 3 La. C., fol. 1, 2.

Hertog Arnold bekent, aan Andries Yseren schuldig te zijn 3000 Arnhemsche Reinaldus
gulden, waarvoor hij den watertol te Zutphen. van de stad had ingelost, voorts 200
Rijnsche gulden aan geleend geld en nog 1000 Rijnsche gulden, die de hertog hem als
huwelijksgoed van zijne bastaardnicht, de jonkvrouwe van Arkel, had toegezegd, en verpandt
hem daarvoor den genoemden tol.
3 Junij 1436.
Int jair onss Heren dusent vijrhondert ind sess ende dertich, opten sonnendach te be-
laicken Pinxteren.
Afschrift in het boek, voorkomende onder Pand- en Renteverschrijvingen, No. 3 La. C., fol. 2, 3.

Register op de LEENAKTENBOEKEN van het Vorstendom Gelre en Graafschap Zutphen.
Het kwartier van Zutphen.
Die Bodolff ende Lenting met allen heuren tobehoren, gelegen
in den kerspel van Warnsfelde ende in den kerspel
van Almeloe (=Almen), te dienstmansrechte ontfangen bij
Andries Y s e r e n, a°. 1378.
Idem ontflnck dat goet ter Bodoloff, in den kerspel van Warnsfelde gelegen,
tot Zutphenschen rechten, a°. 1405. (De akte zegt verder: "Item dat goit te Lentyngh yn den kirspell van Almen gelegen". De latere akten spreken alleen van den Boedelhoff.)
Idem tuchtigt sijn wijff Stijne, dochter Willlems van den C o l c k e ,
an 18 alde gulden schilde jaerlix uut desen goede Bodeloff, a°. 1406.
Idem, anno 1424.
Andries Yseren beleent, a°. 1436.
Idem, a°. 1465.
Idem ontfinck dat goet geheiten Boedeloff met sijnen tohehoren, in den
kerspel van Warnsfeld, in der buyrschap van Evede gelegen, daer
naest gelant is dat goet ter Havick an deen ende die marck van
Wolffseler an dander sijde, tot Zutphenschen rechten, 12 Octobris 1473.
Andries van Yseren, erve sijnes vaders Andries, 21 Augusti 1484,
Idem, canoniek t' Emrick, vernijt eedt deur Willem Yseren, sijnen hulder, a°. 1495.
Thomas Yseren erft op sijnen soon onmundig genoomt Willem Yseren,
27 Octobris 1528. Lense Veren is momber.
Cornelis Yseren vernijt eedt, 23 Septembris 1538.
Idem als erve sijnes vaders Thomas beleent, 23 Novembris 1544.
Idem tuchtigt sijn vrou Berte G e l m e r s, eodem die.
Idem vernijt eedt, 27 Aprilis 1556.
Idem tuchtigt sijn vrou met beding 't goet niet hoger als met xc daler
te bes waren, 17 Aprilis 1577.
Dirck Iseren crigt uutstel, 4 Septembris 1598, tot Martini.
Andries Iseren, ervo sijnes broders Cornelis voorn., erft voort op
Dirck Iseren, sijnen soon, diewelcke, beleent sijnde, belast dit selve leen
met 1000 daler tot vernueginge der armen ende anderen sijnes
vaders ende sijnor crediteuren, 18 Octobris 1599.
Gerlich van der C a p e l , raet, bij transport Dirck Iserens, 22 Septembris
1601. 
Yseren, Andries (I1115)
 
3525 Schilder en graveur. Lid van het glas en wapenschildersgilde te Den Haag 1623, te Arnhem 1626.
Father lived in Duisburg and later in The Hague. 
Breakefelt, Herman (I4158)
 
3526 Schipper Pieter Jansen verdronk in de Maas bij Rotterdam Jansen, Pieter (I882)
 
3527 Schipper, sluiswachter van den Doel, Pieter (I5909)
 
3528 Schoenmaker Snijders, Pieter (I3264)
 
3529 Schoenmaker en Schepen van der Woerd, Jan (I834)
 
3530 Schoffen / Richter in Cleve.

Bernhard Esel 1409 und 1439, wohl ein Bruder des Richters Werner Esel in Cleve und Umgegend, der Stina von Ossenbruch, Tochter des Gerhard v. O., zur Frau hatte. Am 15. Juni 
Esel, Werner (I436)
 
3531 Schout

OSSENBERGH Adriaen van, en Geertruijt van der Lidt, beiden van Wijck, aanget. 21-
4-1667, met att. naar Cothen om te tr. 
van Ossenberch, Adriaen (I300)
 
3532 Schout van Zevenhuizen (1320), hoogheemraad van Schieland (1347). Zoon van Jan van den Doortoge.
In 1348 werd op paasmaandag, door schout Willem van der Dune aan het "Heilige Feest" van Zevenhuizen een jaarlijkse rente geschonken van dertig schellingen.
Hij was gehuwd met Ida van Egmont. Dochter van Wouter II van Egmont.

Het geslacht Van der Duyn bezat in Zevenhuizen een riddermatig stamhuis, naar hen het Huis ter Duyn genaamd. Voorheen was het een leen van het Huis van Brederode. Het huis, werd door de inwoners van Zevenhuizen doorgaans het Hof genoemd. 
van der Duyn, Willem (I9629)
 
3533 Schout Veluwe 1418 toe Boecop, Arend Arendzoon (I913)
 
3534 Schout, soldaet 1642

Meeuske de Kemp, j.d. van en won. Wijck, en Nicolaes van Ossenberch
soldaet onder de comp. v.d. Heer Luijt. Col. d'Allardt aanget. 24-4-
1642, tr. 8-5-1642

Wijk bij Duurstede, Not. J. van Sandick
00-00-1660
Akte van borgocht van Nicolaes van Ossenberg voor Wijnand van Ossenberg (akte niet bewaard). 
van Ossenberch, Nicolaes (I295)
 
3535 Schwerin Spantekow von Schwerin, Maria Dorothea (I4311)
 
3536 Scout/rentmeester 1642-1665 Lipman, Wilhelmus Wolfgang (I5194)
 
3537 Seamstress Schoemaker, Anna Johanna (I5479)
 
3538 Second daughter of Thomas v. Bellinghoven & Elis von Oy van Bellinghoven, N.N. (I431)
 
3539 Second in command for all wedding arrangements of Anne of Cleves to Henry VIII. von Neuenahr, Hermann (I1828)
 
3540 Secretaris tot Eck en Maurik (1549-1564). Leenman van Culemborg (1565, 1570).

Willem van Hattem Dircksz, vanaf 1538 pachter van de 'Nije Weijen' te Maurik (die Gerijt van Hattem eerder samen met Dirck van Hattem in gebruik had), pachtte vanaf 1546 met Reijer Willemsz land te Maurik, werd op 16 mei 1553 met land aldaar beleend, dat hij op 25 juli 1579 aan zijn dochter overdroeg.
genealogie.httx.nl/kwartierstaat/ks.php?gen=16#33270 
van Hattem, Willem (I328)
 
3541 Seyno Tengnagell

1645 Februar 13, Emmerich,
Heiratsvertrag zwischen Zeno Tengnagel, Sohn des ? Alexander Tengnagel, klev.-märk. Geh. Rat u. Amtmann zu Ravenstein, und der Josina v. Dorth, Witfrau (douagiere) zu Gellicum, und Judith Baronesse v. Palandt, Tochter Elberts v. Pallandt, Herrn zu Zelm (Sehlem) u. Diersfordt, und Johannas v. Wylich: Zeno bringt in die Ehe den grossen und schmalen Zehnt zu Balgoy (Ballegoyen) und Keent (Kyndt), den grossen Blumerth, die Uplage mit den Huffschen Wärtgens, einige Morgen Bauland im Kyndtsche Mehre, alles in Maas und Waal, ausserdem eine Rente aus den Domänen der Veluwe, Judith hingegen bringt in die Ehe Haus und Herrlichkeit Zelm mit Hof und Zehnt Mehr. Überlebt sie ihren Mann, bekommt sie 300 Rtlr. jährlich aus dessen Besitz, überlebt er sie, erhält er aus ihrem besitz 150 Rtlr. jährlich, und zwar bei Kinderlosigkeit der Ehe. Bei Wiederheirat bleibt dem Überlebenden nur die Hälfte des in die Ehe Gebrachten, die ander Hälfte geht an die Kinder. Ist aus erster Ehe kein Sohn da, erbt Haus Zelm der Sohn aus zweiter Ehe vor der Tochter aus erster Ehe gemäss adligem Brauch. Zeugen und Siegler: Otto Tengnagel, Herr zu Hohensandt u. Sevenum, Hans Jost v. Dorth, Herr zu der Horst u. Pesch, Wilhelm Ketzgen zu Gerisshoven u. Mehrum, Herr zu Büdingen, Erbtürwärter des Erzstifts Köln; Arnoldt Adrian Frhr. v. den Bylandt, Herr zu Spaldrop u. Halt, klev. Erbmarschall, Rollmann Frhr. v. den Bylandt u. Rheydt (eide), Herr zu Spaldrop, Ooij (Oy) u. Persingen, Johan Sigismundt Frhr. v. Lottum, Herr zu Grubbenvorst (Grib-) u. Grondstein, Bannerherr des Fürstentums Geldern, Herman v. Wittenhorst, Herr zu Sonsfeld, Johan Friederich v. Pallandt, Herr zu Keppel u. Hamm. Ausf., Perg., mit Uss. sowie 5 Sgg. (Reste; 2 Damensg. der Josina van Dordt; die übrigen Presseln ohne Sgspuren). Rv.: No. 36. - Beiliegend Abschr. (glz.), Pap.; Rv. Mo. 37. Inventar der Urkunden des Archivs von Schloss Diersfordt bei Wesel, Zweiter Band 1600-1800, nr. 61, Dieter Kastner.

1645 März 27, Emmerich,
Zusätzlicher Erbteilungsvertrag zwischen den Geschwistern v. Pallandt wegen der im Vertrag von 1645 Jan. 20 nicht erfassten Dinslakenschen Güter, die in Lose 7 geteilt und wie folgt vergeben werden:

1) Zeno Tengnagel, Herr zu Zelm, als Ehemann der ältesten Tochter bekommt: das Hogh weicken mit den ortgen, die Dill ahn das Mehr, die Vossecamp, dat Ray, Keppelkempken, die Sandtfort und het Mullenstuck, den Benterinck, Hogh und Legh Lorick mit den Sehlemschen Lorick, den Ganssacker und dat Lohe, die Lorrick, die Stege, die drei Sehlemschen Bergen bei Donssbruggen, den kleinen und grossen Elsspas mit dem Hoykempgen - jeweils in gen. Morgen, Ruten und Geldwerten -, weiter die Erbpächte, so aus dem Zehnt zu Niel 25 Philippusgulden auf Dreikönigen als ein Lehn vom Herrn v. Hoemen, aus der Katstätte Peter Vermassens modo Neyenhauses zu Kerkerdom (Keckerdum) aen den Dyck 15 Goldg. auf Christmess, aus Nennen Hofstätte zu Keeken (Kecken) 7 alte Schilde auf Cathedra Petri und 6 Paar Hühner auf Michaelis, aus dem Poelacker 18½ Nimwegener Gulden, zu Keeken aus Hengmengt und Reveling 8 Gg., derzeit an Mammerden verpfändet, aus Sonntags Katstätte 1 alter Tlr. aus der Länderei der Erben Derck ter Portens 1 Arnoldusgulden (= 1 Tlr.) und ein paar Hühner, aus Killers Hofstätte ½ Gg. 7½ Albus aus dem Dongendonck 6 Gg.; insgesamt 24719 Tlr. 9½ St. wert. Jedoch müssen die einzeln gen. Schulden an den Herrn v. Langerak, den Herrn zu Hulhuizen (-hausen), die Geerbten wegen der Deichgelder, an Evert Bless, den Herrn v. Clarenbeck, die Schwester Agnes Maria und an Dieterich Berghs übernommen werden.

2) Johanna v. Pallandt bekommt zu Haus und Herrlichkeit Diersfordt noch: den Maessenhoff halb mit einem Kamp, das Land zu Jöckern (Joe-), den Roggenhoff, Schoddecamps-Hoff, Dreven-Katstätte, die Sahl Heuland ingen Bouwinckel, Land int Endevelt, Trin Bernts Hofstätte halb, die Fischerei im Berger Mehr, das Hegstuck neben dem Herrn v. Lützeroth (Lutzenraht) - jeweils in gen. Morgen, Ruten und Geldwerten - sowie Schulden auf Maessenhoff, Roggenhoff und Diersfordt, ferner an Dieterichs Berghs und den Herrn v. Langerak; insgesamt 21536 Tlr. 22 St. wert.

3) Agnes Maria v. Pallandt erhält ausser dem Haus zu Dinslaken noch: das Scheffenkorn im Nyenvelt vor Dinslaken, den Zehnt im Nienvelt vor Dinslaken, Wehaver -Gut, Eickhoffs-Gut, Steppers-Gut, Kocks-Kate, Nussman, Horstman, Borgman, Jan Dams, Die Grosse und Kleine Hoeve, die Geer und das Hoeffkempgen, den Arntsacker, den Trogh, das Koppelkempgen gegenüber Henrich Nassen, das Begienen-Kempgen, das Hegstuck neben Derck die Wardt - jeweils in gen. Morgen, Ruten, Geld- und Naturaleinkünften und Geldwerten - sowie Schulden u.a. an Bürgemeister Gelssdorff und an Richter Martin v. Wylich; insgesamt 25967 Tlr. 12¾ St. wert.

4) Ermgardt v. Pallandt bekommt ausser dem Haus zu Kleve noch: den Hog auf Reessputt mit Heuland und Holz, Pallants Wald von 60 Morgen halb, den Pferzkamp, den Groten und Middelspick, den Kleinen Spick oder das Gasthauss, Densters Hofstätte, das Hegstuck negst die Piep - jeweils in gen. Morgen, Ruten, Geldwerten -sowie Schulden an Hoen zu Kalkar, insgesamt 20644 Tlr. 4 St. wert.

5) und 6) Sophia und Elberta v. Pallandt erhalten je zur Hälfte noch: den Biesencamp, Blessenkamp und Schwertges-Camp, den Krukschen-Hoff, Koekamp, den Kleinen Enseler, die Wey- oder Legh-Kruck, den Ossencamp und die Hofstätte, den Langen Enseler mit dem Hogen- oder Kuekruck, den Hogen Enseler, die Grosse und Kleine Neerhoeve, das Hüeffken, das Pfertzkempgen, das Eilsche Hegstuck, Krechtingss-Hoff. Den Hortugschen Hoff (Hortig-) mit Metten Kruck, den Hof uf Lohrenwarth mit dem Wannemacker Riss und dem Risswart neben dem Gebäude - jeweils in gen. Morgen, Ruten und Geldwerten - sowie Schulden auf den Hof Lohrenwarth an Zöllner Groenens Erben, an die Vikarie zu Mehr, an den Herrn v. Bernsau, an den Brabander auf den Krucken, an den Herrn zu Hulhuizen und an Dieterich Bergs; insgesamt 24934 Tlr. 17½ St. wert.

7) Werner Dieterich v. Pallandt bekommt: Wilhelm Kopers Hof, einen Kamp des Xantener Kapitelshofes, das Langstuck und Weikempgen, den Bungertschen Kamp, den Groten Schachbom, den Geer, die Heubendt und den Ossencamp, den Hoghfeldischen Hoff, den Hoff ingen Lorit, den Corneliss Verborgh gepachtet hat, den Havercamp, die Katstätte zu Donsbrüggen zu 10 Morgen, die Hälfte von Pallants Wald, das Brede Stuck, das Peter Arndts Erben pfandweise gebrauchen - jeweils in gen. Morgen, Ruten und Geldwerten - sowie Schulden an Richter Haess, an Peter Arndts Erben, Wwe. Rudenscheit, Dieterich Bergs; insgesamt 23734 Tlr. 13¼ Dt. Wert. Ausserdem erhält er zur Sicherung seines Lebensunterhaltes noch eine Rente von 50 Gg. aus der Rentmeisterei Dinslaken, 2 Katstätten zu Gahlen (Galen), in Schermbeck (Scheren-) ein dem Abt zu Werden hofhöriges Landstück gen. Heggenacker, 2 Kempgen gen. die Spechthart, die Vosskuile mit Lehnslasten, die Hoppenhoeve oder die Erbpachten zu Schermbeck, welche uff die platz, da vor diesem die Hoppenhoeve gestanden, von den Erbpfechtern gebowet worden, die Klage (action) gegen den Herrn v. Ostendorp wegen des ausstehenden Brautschatzes, die Klage gegen den Herrn v. Hemmen wegen des ausstehenden Kaufgeldes des Hofes Laeckemondt und der Bylantschen Kempen und alle sonstigen hier nicht verteilten Titel. Dem Bruder soll neben dem Herrn v. Zelm (Zeno Tengnagel) noch ein weiterer Vertreter imd geeigneter Güterverwalter beigegeben werden, damit er die Einkünfte an den Ort gebracht bekommt, wo er am besten verpflegt werden kan. Als Schiedsfreunde und Zeugen siegeln die Verwandten Arnolt Adrian Frhr. v. Bylandt, Herr zu Spaldrop u. Halt, klev. Erbmarschall, Johan Sigismundt v. Wylich Frhr. v. Lottum, Herr zu Grubbenvorst (Grib-) u. Grondstein (Gron-), Bannerherr des Fürstentums Geldern, Otto Tengnagel, Herr zu Hohensandt u. Sevenum, Wyrich v. Bernsau (-sow), Herr zu Ruinen (Rüh-) u. Bellinghoven (Bellinckhaeven), und Wilhelm Ketzgen zu Gerrisshoven u. Mehrum, Herr zu Büdingen, Erbtürwärter des Erzstifts Köln, dazu als besonders hingezogene Schiedsfreunde Johan Moetzfeldt, Dr. iur. u. kurf. brandenbrug. Rat, Johan Witten, Dr. iur. u. kurf. brandenburg. Referendarius u. Advocatus Fisci, und Adam Isinck, Dr. iur. u. Syndicus der klev. Ritterschaft. 2 Ausf., Perg., mit Uss. der Geschwister u. Schiedsfreunde sowie 10 Sgg, von Zeno, Judith v. Wylich u. der 8 Schiedsfreunde (erh. die von Otto Tengnagel, Bernsau, Ketzgen, Witte u. Isinck); Rv.: No. 143, No. 144. - Dabei Abschr. (glz.), Pap. Inventar der Urkunden des Archivs von Schloss Diersfordt bei Wesel, Zweiter Band 1600-1800, nr. 62, Dieter Kastner.

members.chello.nl/~g.vbenthem/RegestenlijstDuffelt5.htm 
Tengnagel, Seyno (I6028)
 
3542 She came from the town of Middachten.

Most probably we are talking about Jenneken Anthonijsen (van) Middachten, daughter of Anthonij van Middachten, and baptised in Lochem on 28 December 1586. Support for this assumption is found in the record of the baptism of a child of Toennijs van Middachten on 24 November 1582, also in Lochem. (We must rely on a transcript; the register is unreadable as scanned.) This Anthony, Toennijs, Thoenis, Thonis van Middachten, born around 1540, could very well be a son of Henrick van Middachten and Margareta (Margrieta) van Visbeeck (Vischbeek). This Henrick van Middachten is probably the brother of Caerl van Middachten (I1888).

It should be possible to reconstruct the family Van Middachten based on document abstracts contained under the entry 0522 Huis Middachten in the Gelders Archief (archive of the province of Gelderland). The family is also described in the Nederland's Adelboek, year 1949. However, this branch has not been described for unknown reasons.

It should be emphasised that the name of Nicolaes, or equivalent, is not being found within the Van Middachten families that have been mentioned here.
Henk van Ketel 2020 
van Middachten, Janneke (I1242)
 
3543 She first marries Wilhem(s) von Wylich (Wilich).
Is he: https://vanosnabrugge.org/genealogy/getperson.php?personID=I4204&tree=tree1 ?
then she marries Johann Effern †1606.

Her brother Johann v. Virmund marries Catharina Effern. 
von Virmund, Agnes (I4300)
 
3544 She had a child met Johannes. Witnesses (R.K. Marienberg): a.o. Albertus Fincken in 1741 and 1745 Melchers, Helena (I8505)
 
3545 She had a sister named Margareta (1623-1648).
Elisabeth probably named her daughter after her, since she had died the year before her daughter was born. 
van Beresteyn, Elisabeth (I1787)
 
3546 She had adult and married children in 1595. Therefore those children might have been born ~1560, and Magdalena might have been born ~1540 and her father Jacob around ~1510? van Osenbrug, Magdalena Jacobsdr. (I6715)
 
3547 She is 12 years old, when she marries Galjaart, Jannetje (I7428)
 
3548 She is also named: Maritge Dircks Dericksd and also: Marige Dericks and Merritien.

We believe that she could be the daughter of Dirck Mertensz van der Eem.
https://vanosnabrugge.org/genealogy/getperson.php?personID=I6789&tree=tree1

The van O-s and van der Eems moved in the same circles and churches.

In 1638 Berndt Henderickse and Marige Dericks were registered in the Rijswijk church (Gelders archief: 1104.1, p. 8v, numbers 38 and 39.

She was a witness at the baptizing of her grandson Albert Jacobsen van O. in 1666 in Ingen and at the baptizing of Wilhemken Fieren Udo on 26-03-1671 in Maurik.


Doop Aelbert Jacobsen van Osenbrugge, 19-02-1666
Doopdatum: 19-02-1666
Dopeling: Aelbert Jacobsen van Osenbrugge
Moeder: Jantien Jans
Getuigen e.a.: Merritien Dircks
Vader: Jacob Aelbertsen van Osenbrugge
Kerkelijke gemeente: Ingen
Gelders Archief: Toegangsnummer: 0176. Inventarisnummer: 1055.0

We have a copy of the original church document. In decifering the handwriting it says that the bourgmoeder is Morritien Dircks. A bourgmoeder was the grandmother (sometimes great-grandmother) of the child.
Could Jacob Aelbert's be a son of Berndt? Is Berendt short for Aelbert? 
Dirks, Maritge (I4254)
 
3549 She is buried in St. Agatha, Cuijk (Gelderland). Schenk van Nijdeggen, Lyffart (I6059)
 
3550 She is married to Johannes Willem Damwijk on June 27, 1832 at Rembang, Central Java, Indonesia, she was 24 years old.
Child:
- Hendrik Wilem Johannes Damwijk 1845-1918 
van Ossenbruggen, Maria Sophia (I10319)
 

      «Prev «1 ... 67 68 69 70 71 72 73 74 75 ... 85» Next»